Top
Transfers - artikel.v1

Opleidingsvergoeding, solidariteitsbijdrage en doorverkooppercentage [DEEL 2]

Opleidingsvergoeding, solidariteitsbijdrage en doorverkooppercentage [DEEL 2]
Hoe clubs verdienen aan de transfer van een voormalige speler

Menig voetballiefhebber zal het grote nieuws hebben gehoord. Virgil van Dijk transfereert voor ruim €84 miljoen van Southampton naar Liverpool, de duurste Nederlandse voetballer én de duurste verdediger ooit.
Onmiddellijk nadat dit nieuws naar buiten werd gebracht, werd het internet overspoeld met berichten. Dat Southampton een behoorlijk bedrag aan transfervergoeding krijgt, is duidelijk, maar hoe zit het nu precies met die andere clubs waar hij in het verleden heeft gespeeld? Van Dijk speelde in de jeugd bij WDS ’19, waarna hij via Willem II, FC Groningen, Celtic en Southampton nu dus gaat spelen bij Liverpool.
FIFA heeft in haar regelgeving een regeling opgenomen om de opleiding van jonge spelers te stimuleren. Ook de KNVB heeft een dergelijke regeling in haar reglementen opgenomen. Maar wanneer geldt nu welke regeling? En wat houden die verschillende regelingen eigenlijk in?

In dit tweede deel van dit artikel zal ik uitgebreid ingaan op de FIFA solidariteitsbijdrage, de KNVB solidariteitsbijdrage en het doorverkooppercentage.
Het eerste deel bevatte een uitleg over wanneer een transfer internationaal of nationaal is en de FIFA opleidingsvergoeding, de KNVB opleidingsvergoeding en de KNVB poolvergoeding.

Solidariteitsbijdrage
FIFA solidariteitsbijdrage
Bij internationale transfers gelden dus de FIFA reglementen. Deze FIFA reglementen schrijven voor dat de nieuwe club van een speler die een transfer maakt, waarvoor een vergoeding wordt betaald aan de oude club, een deel van deze vergoeding betaalt aan de opleidende club(s) van deze speler. De leeftijd van de speler is niet van belang, het gaat er slechts om dat er een vergoeding wordt betaald aan de oude club, voor de transfer van de speler. Deze transfervergoeding aan de oude club is eigenlijk een vergoeding voor het vroegtijdig ontbinden van de arbeidsovereenkomst met de oude club door de speler. 5% van deze vergoeding komt vervolgens ten goede aan de opleidende clubs.
Voor de jaren dat de opleidende club de speler heeft opgeleid tussen zijn 12e en 15e jaar krijgt de oude club 0,25% van de vergoeding per jaar. Voor de jaren dat de opleidende club de speler heeft opgeleid tussen zijn 16e en 23e jaar, krijgt de opleidende club 0,5% van de vergoeding per jaar.
In totaal moet er dus altijd 5% van de transfervergoeding worden betaald aan de opleidende clubs. Als de speler tussentijds door een andere club (verder) wordt opgeleid, krijgen beide clubs hun aandeel op basis van de hierboven genoemde bedragen.

KNVB solidariteitsbijdrage
Bij nationale transfers gelden de reglementen van de nationale voetbalbond. In het Nederlands betaalde voetbal gelden de KNVB reglementen. Deze schrijven voor dat er een KNVB solidariteitsbijdrage aan de opleidende club(s) wordt betaald door de nieuwe club van een speler die een transfer maakt, waarvoor een vergoeding wordt betaald aan de oude club. Deze regels gelden alleen voor leden van de KNVB, dus alleen voor Nederlandse clubs. Buitenlandse clubs kunnen op een nationale opleidingsvergoeding geen beroep doen. In andere landen kan een vergelijkbaar systeem bestaan als in Nederland, maar hiervoor geldt hetzelfde: op bijvoorbeeld de reglementen van de Engelse FA, kunnen alleen Engelse clubs een beroep doen.
De nieuwe club van een speler die een transfer maakt, waarvoor een vergoeding wordt betaald aan de oude club, betaalt een deel, 5%, van deze vergoeding aan de opleidende club(s).
Voor de jaren dat de opleidende club de speler heeft opgeleid tussen zijn 9e jaar en 11e jaar krijgt deze eenmalig 0,25% van de vergoeding. Voor de jaren dat de opleidende club de speler heeft opgeleid tussen zijn 12e en 13e jaar en het jaar dat de speler is opgeleid tijdens zijn 22e jaar krijgt deze 0,25% van de vergoeding per jaar. Voor de jaren dat de opleidende club de speler heeft opgeleid tussen zijn 14e en 21e jaar krijgt deze 0,05% van de vergoeding per jaar. In totaal moet er dus altijd 5% van de transfervergoeding worden betaald aan de opleidende clubs. Als de speler tussentijds door een andere club (verder) wordt opgeleid, krijgen beide clubs hun aandeel op basis van de hierboven genoemde bedragen.
Een club kan onbeperkt solidariteitsvergoedingen ontvangen. Dit geldt voor de FIFA solidariteitsvergoeding en de KNVB solidariteitsvergoeding. Iedere keer dat een speler internationaal wordt getransfereerd voordat zijn contract is afgelopen en hiervoor enige vergoeding wordt betaald, bestaat het recht op de FIFA solidariteitsvergoeding. Dit kan ook gelden bij een nationale transfer, mits de nationale voetbalbond hiervoor een regeling heeft opgenomen in zijn reglementen én de opleidende club onder deze nationale voetbalbond valt.
De solidariteitsvergoeding wordt berekend over iedere vergoeding. Dit geldt dus ook voor een vergoeding in de vorm van een ruil van een speler, zoals uit vaste rechtspraak blijkt, omdat de nieuwe club geen vergoeding geeft in geld, maar in een andere vorm of omdat de nieuwe club de speler bijvoorbeeld huurt en hiervoor een vergoeding betaalt. Een verkapte vergoeding kan bijvoorbeeld bestaan in de vorm van salaris, een uitruil of enige andere handeling, die geld genereert voor de oude club. Alhoewel dat nog niet is uitgemaakt in de jurisprudentie, zou dit mijns inziens zelfs moeten gelden indien er een doorverkooppercentage wordt afgesproken tussen de clubs, omdat de vergoeding die hieruit voortvloeit uiteindelijk ook zou kunnen vallen onder ‘enige vergoeding’. Bovendien valt veelal door het bedingen van een doorverkooppercentage de transfervergoeding lager uit. Kortom, ook een afspraak over een doorverkooppercentage heeft zodoende een economische waarde.

Het doorverkooppercentage
Veel clubs spreken een doorverkooppercentage af bij de transfer van een speler naar een nieuwe club. Dit houdt in dat de clubs een percentage of soms gewoon een bedrag afspreken dat de oude club ontvangt, indien de nieuwe club gaat verdienen aan een eventuele transfer van een speler. Afhankelijk van hoe deze afspraak is gemaakt, kan deze zien op alles wat de nieuwe club verdient aan de speler, dus bijvoorbeeld ook in het geval van een solidariteitsvergoeding, uitruil, als het salaris wordt overgenomen of enige andere handeling, die geld genereert voor de nieuwe club.

Doorverkoopclausules worden niet gereguleerd door FIFA of de KNVB en zijn dus onderworpen aan het nationaal geldende contractenrecht (nationaal in ieder geval, maar veelal ook internationaal indien partijen een bepaald nationaal recht zijn overeengekomen, naast het toepasselijke Zwitserse recht). Dit houdt in dat in beginsel elke afspraak tussen partijen mogelijk is. Wat wel in de weg kan staan aan doorverkoopclausules zijn de bepalingen rondom Third Party Ownerships (TPO’s). Deze bepalingen zijn opgenomen in de reglementen van de FIFA en nationale voetbalbonden zijn verplicht deze bepalingen te implementeren. Volgens deze bepalingen is het voetbalclubs en spelers verboden overeenkomsten te sluiten met derde partijen ingevolge waarvan deze derden rechten en/of vergoedingen verkrijgen die verband houden met toekomstige transfers van spelers. Onder derde partijen vallen alle partijen die niet direct betrokken zijn bij de transfer die op dat moment plaatsvinden en dus kunnen dit ook spelers en clubs zijn.
FIFA heeft echter aangegeven dat opleidings- en solidariteitsvergoedingen niet onder de regelgeving wat betreft TPO’s vallen, evenals doorverkooppercentages. Echter mag er geen beïnvloeding van de transfer van een speler zijn, dus als de doorverkooppercentages heel hoog zijn, kan er alsnog een verbod bestaan. FIFA hanteert een case by case analyse wat betreft TPO’s.

Zolang er dus geen strijdigheid is met bepalingen omtrent TPO’s zijn clubs vrij een doorverkooppercentages te bedingen bij de transfer van een speler. Van belang is om de betreffende clausule goed te definiëren, want een onduidelijke afspraak kan leiden tot problemen. Dit bleek bijvoorbeeld bij een transfer van Seydou Keita van Lens naar Sevilla waarbij de doorverkoopclausule slechts geldig was in het geval van een ‘resale’. Toen Keita vervolgens zijn contract met Sevilla ontbond en het bedrag van de vrijwaringsclausule via de Spaanse voetbalbond werd betaald, was er volgens het Court of Arbitration for Sport geen sprake van een ‘resale’. De doorverkoopclausule was dan ook niet geldig. Daarnaast blijkt een en ander ook uit vaste jurisprudentie van FIFA.

Een mogelijkheid is om een doorverkoopclausule zo te definiëren dat alle inkomsten die de nieuwe club verkrijgt met betrekking tot de toekomstige transfer van de speler eronder vallen. Hierdoor kan het zo zijn dat in het geval van Virgil van Dijk, Willem II een doorverkoopclausule in het transfercontract heeft opgenomen bij zijn transfer naar Groningen. Indien Groningen vervolgens weer een doorverkooppercentage heeft opgenomen in het contract met Celtic en Celtic in het contract met Southampton, kan het zijn dat bij de transfer van Van Dijk naar Liverpool, al deze clubs hun doorverkooppercentage kunnen opeisen bij de club waarmee zij een doorverkoop hebben afgesproken. Dus Southampton krijgt de transfersom, maar Celtic krijgt hiervan een percentage. Hiervan krijgt Groningen weer een percentage, waardoor ook Willem II een percentage kan opeisen van het bedrag dat Groningen krijgt. Maar nogmaals, alles staat of valt bij de exacte formulering in de contracten, want als de afspraak door de arbitragecommissie van de KNVB, FIFA of het CAS anders wordt geïnterpreteerd, staat een club alsnog met lege handen.

Zo blijkt dus dat hoewel de opleidingsvergoeding en solidariteitsbijdrage vrij duidelijk zijn vastgelegd in de betreffende reglementen, het doorverkooppercentage juist een goede contractuele bepaling vereist. Met deze twee delen van dit artikel hoop ik dat ik meer duidelijkheid heb kunnen geven over de verschillen tussen een (internationale of nationale) opleidingsvergoeding, solidariteitsbijdrage en het doorverkooppercentage.

Foto Kirsten

Dit artikel is geschreven door mevrouw mr. K. (Kirsten) Merk, jurist bij Pro Agent. Voor vragen over dit onderwerp kunt u Pro Agent bereiken via onze website: www.pro-agent.nl.

 

km@brancomartins.com
No Comments

Sorry, the comment form is closed at this time.